Artrose van de lage rug
Voelt je rug ’s ochtends stijf aan en gaat het na een paar minuten bewegen weer soepeler? Of geeft lang staan en achteroverbuigen juist pijn? Dan kan er sprake zijn van artrose van de lage rug, ook wel slijtage genoemd.
Artrose is een veelvoorkomende, leeftijdsgebonden verandering van de wervelkolom. Vanaf het vijftigste levensjaar is bij meer dan de helft van de mensen slijtage zichtbaar op een MRI- of CT-scan. Boven de 60 jaar geldt dat voor het merendeel, vaak zonder dat iemand rugklachten heeft. Slijtage op een scan betekent dus niet automatisch dat dit de oorzaak van jouw pijn is.
Wat is artrose van de lage rug precies?
Je wervelkolom bestaat uit wervels die aan de voorzijde verbonden zijn door tussenwervelschijven en aan de achterzijde door twee kleine gewrichten: de facetgewrichten. Die gewrichten zijn bekleed met kraakbeen, een glad laagje dat ervoor zorgt dat je rug soepel kan buigen en draaien.
Artrose is de verzamelnaam voor de veranderingen die in zo’n gewricht optreden. Het kraakbeen wordt dunner en minder glad, het gewrichtskapsel kan geïrriteerd raken en aan de randen van het bot kunnen kleine uitsteeksels groeien: osteofyten. Daardoor wordt het gewricht breder. Ook de tussenwervelschijven verliezen langzaam vocht en hoogte. Het gaat dus niet om één afwijking, maar om een geleidelijk proces waarbij het hele gewricht van vorm verandert. Dat kan zorgen voor pijn of stijfheid en een rug die minder soepel beweegt.
Welke klachten horen bij artrose?
De klachten bij artrose verschillen sterk per persoon. Veel mensen hebben duidelijke slijtage zonder pijn, terwijl anderen juist veel klachten ervaren bij relatief beperkte afwijkingen op een scan.
Typische klachten zijn:
Een goede diagnose wordt gesteld op basis van het klachtenpatroon, het lichamelijk onderzoek en – indien nodig – aanvullende beeldvorming.
Wat veroorzaakt artrose?
Facetartrose en spondylose: het verschil
Facetartrose is slijtage van de kleine gewrichten aan de achterzijde van je wervelkolom. Het kraakbeen wordt dunner, er kunnen botuitsteeksels ontstaan en het gewrichtskapsel kan geïrriteerd raken. Dit kan lokale rugpijn en stijfheid geven. Soms straalt de pijn uit naar je bil of bovenbeen. Dat noemen we referred pain. Echte zenuwpijn komt bij facetartrose minder vaak voor.
Spondylose is de verzamelnaam voor alle leeftijdsgebonden veranderingen van de wervelkolom. Daaronder vallen slijtage van de tussenwervelschijven, afname van de tussenwervelschijfhoogte, facetartrose en botuitsteeksels. Spondylose is dus een breder begrip, waar facetartrose onderdeel van kan zijn.
Je kunt beide vormen van veranderingen hebben zonder dat ze klachten veroorzaken.
Behandeling van artrose
Artrose van de lage rug is niet te genezen, maar de klachten zijn in de meeste gevallen goed te behandelen. De behandeling is gericht op het verbeteren van je belastbaarheid, het verminderen van pijn en het hervatten van dagelijkse activiteiten.
Oefentherapie heeft de sterkste wetenschappelijke onderbouwing. Een effectief programma bestaat uit:
Daarnaast is educatie belangrijk. Wanneer je begrijpt dat slijtage een normaal onderdeel is van het ouder worden en dat bewegen veilig is, nemen angst en spierspanning vaak af. Ook een actieve leefstijl en, indien nodig, gewichtsreductie dragen bij aan een beter herstel.
Het doel van de behandeling is niet om de artrose weg te krijgen, maar om ervoor te zorgen dat je beter kunt bewegen en je dagelijkse activiteiten weer kunt uitvoeren met minder klachten.
De aanpak van Revives
Bij Revives combineren we wetenschappelijk onderbouwde oefentherapie met persoonlijke begeleiding. We richten ons op een rug die meer aankan, zodat je weer kunt doen wat je wilt doen.
Samen werken we aan:
Manuele therapie kan tijdelijk verlichting geven en zetten we indien nodig in als ondersteuning, maar het vormt nooit de volledige behandeling. Hetzelfde geldt voor technieken als massage, dry needling, acupunctuur of TENS. Die verminderen soms tijdelijk de klachten, maar het beste resultaat bereik je wanneer ze onderdeel zijn van een actieve oefenaanpak.
Wanneer moet ik naar de fysiotherapeut toe?
Niet iedere rugklacht hoeft direct behandeld te worden. Vaak helpt het al om in beweging te blijven en je dagelijkse activiteiten zoveel mogelijk voort te zetten. Blijven de klachten echter aanhouden, worden ze erger of merk je dat je steeds meer activiteiten gaat vermijden? Dan kan het verstandig zijn om je rug te laten beoordelen door een fysiotherapeut.
Een fysiotherapeut kan samen met jou in kaart brengen waar je klachten vandaan komen, wat je nog kunt en welke bewegingen of activiteiten lastig zijn. Op basis daarvan krijg je gericht advies en een behandelplan dat past bij jouw situatie en doelen.
Een afspraak kan bijvoorbeeld zinvol zijn wanneer:
Het doel van fysiotherapie is niet om de artrose weg te nemen, maar om je zo goed mogelijk te laten bewegen en functioneren. Met de juiste begeleiding kun je vaak sterker worden, je belastbaarheid vergroten en activiteiten die belangrijk voor je zijn weer oppakken.
Heb je vragen over je rugklachten of twijfel je of fysiotherapie voor jou zinvol is? Plan dan een intake bij Revives Rugexperts.
Veelgestelde vragen over artrose
Nee, artrose is niet te genezen. De klachten zijn vaak wel goed te behandelen. Met oefentherapie neemt de pijn bij veel mensen af en kan de rug meer belasting aan.
Niet altijd. Veranderingen die passen bij artrose komen ook voor bij mensen die weinig of geen pijn hebben. Daarom is een MRI of röntgenfoto niet voldoende om te bepalen waar je klachten vandaan komen. Bij Revives kijken we naar het totaalbeeld: je klachten, je bewegingsmogelijkheden, je belastbaarheid en wat je in het dagelijks leven of tijdens het sporten tegenkomt.
Ja. Juist bij artrose is het belangrijk om te blijven bewegen. Wandelen, fietsen, zwemmen en gerichte oefeningen kunnen helpen om je spieren sterk en je lichaam belastbaar te houden. Heb je tijdelijk meer klachten? Pas dan de intensiteit of duur van je activiteit aan en bouw vervolgens geleidelijk weer op.
Ja. Onze rugexperts begeleiden mensen met artrose van de lage rug met een actief programma van oefentherapie en persoonlijke begeleiding.
Artrose wordt vaak omschreven als ‘slijtage’, maar die term geeft niet het hele verhaal. Bij artrose veranderen het kraakbeen, het bot en de gewrichten in de loop van de tijd. Deze veranderingen zijn heel normaal naarmate we ouder worden en betekenen niet automatisch dat je rug beschadigd is of dat je minder moet bewegen.
Ja, in de meeste gevallen kun je gewoon blijven sporten met artrose van de lage rug. Bewegen en trainen zijn juist belangrijk om je spieren sterk te houden en je belastbaarheid op peil te houden. Kies een belasting die past bij je huidige niveau en bouw deze geleidelijk op. Een tijdelijke toename van pijn betekent niet automatisch dat je schade veroorzaakt.
Ja. Fysiotherapie kan helpen om beter te bewegen, sterker te worden en je belastbaarheid op te bouwen. De behandeling kan bestaan uit gerichte oefentherapie, krachttraining, mobiliteitsoefeningen en begeleiding bij het hervatten van dagelijkse activiteiten of sport. Welke oefeningen en belasting het beste passen, verschilt per persoon.
Niet per definitie. De veranderingen in een gewricht kunnen in de loop van de tijd toenemen, maar dat betekent niet dat je klachten voortdurend erger worden. Veel mensen hebben periodes met meer klachten en periodes waarin ze weinig of geen klachten ervaren. Hoe je je voelt en wat je kunt doen, wordt bovendien niet alleen bepaald door de mate van artrose.
Er is niet één oefening die voor iedereen het beste werkt. Over het algemeen zijn oefeningen gericht op kracht, mobiliteit, conditie en het verbeteren van de belastbaarheid zinvol. Welke oefeningen geschikt zijn, hangt af van je klachten, mogelijkheden en doelen. Een fysiotherapeut kan samen met je bepalen welke oefeningen passen en hoe je deze geleidelijk kunt opbouwen.
Bij aanhoudende of toenemende rugklachten kan het verstandig zijn om contact op te nemen met je huisarts of fysiotherapeut. Neem direct contact op met een arts bij ernstige of snel toenemende klachten, bijvoorbeeld bij plotseling krachtsverlies in een been, problemen met plassen of ontlasting of gevoelloosheid rond het zitvlak. Dit kunnen signalen zijn van een andere aandoening waarbij snelle beoordeling nodig is.



